Dec 302009
 

Een zin die een makelaar gebruikte in zijn advertentie om toekomstige bewoners naar Brouwhuis te lokken. Ik heb deze zin ook altijd als aanhef van mijn artikel gebruikt, zoals nu.
Maar hoe lang nog?  Er wordt danig aan de Brouwhuisseheide geknabbeld, en de benaming is plotseling BZOB geworden. Een bos dat ook door de belanghebbenden (Gemeente, industrie en woningbouw) bestempeld wordt als een bos van generlei waarde.
Is dat zo?  Dit komt de belanghebbenden goed uit om dat via de media te verspreiden. Is het niet toevallig dat de gemeente Someren/Asten niet wil dat er in Diesdonk gebouwd wordt en dat de gemeente Helmond kennelijk geen moeite doet om de Brouwhuisseheide voor de Brouwhuizenaren en Rijpelbergers. Is hier niet de financiële kant aan de orde voor de gemeente Helmond om het geld weer te gebruiken voor prestige projecten? Continue reading »

 Posted by at 2:57 pm
Jul 232009
 

juli 005kopiejuli 006

De gewone Robinia (Acacia).
De Acacia staat op diverse plaatsen in Brouwhuis en Rijpelberg. Van grote afstand is deze boom te herkennen aan de koepelvormige kroon met zijn onregelmatige takken. De takken zijn voorzien van doorns. De doornen zijn eigenlijk vervormde okselblaadjes.
De acacia komt heel laat in het blad. De bladeren staan op zoge-naamde steeltjes, op één steeltje zitten wel zeven tot negen blaadjes. De stam is onmiddellijk her-kenbaar aan de sterk gegroefde schors die een netvormig patroon vertoont. De typische vlinderbloemen zitten aan ongeveer tien centimeter lange trossen die omlaag hangen. De bloemen geuren heer-lijk en bevatten veel nectar.(zie foto). Dus voor de honingbijen een geweldige krachtbron, mits het windstil is en de temperatuur hoog. Zo’n weer is ideaal voor de insec-ten in het algemeen. Continue reading »

 Posted by at 8:32 pm
Mar 222009
 

Ik zie u de wenkbrauwen fronsen, een orgie, en dat in de achtertuin, het moet niet gekker worden.
Het verhaal is als volgt:
Zondagmorgen 1 maart 2009, nadat wij, mijn vrouw en ik, aan de koffie, een tijdje naar de diverse mezen hebben gekeken in de achtertuin, zijn we gaan wandelen.
Overigens waren het kool, staart, pimpel, kuif en glanskopmezen.
Het was een mooie lente dag. Continue reading »

 Posted by at 5:15 pm
Sep 082007
 

Volgens berichten in diverse dagbladen zou er een wespenplaag op komst zijn. Waar zij deze gegevens vandaan halen is mij onbekend.
Het kan natuurlijk zijn, gelet op het mooie voorjaar, geen nachtvorst en verder redelijke temperaturen tot nu toe dat men dit als uitgang genomen heeft.
Er is wel veel regen gevallen, maar daar trekken deze insecten zich niet veel van aan.
Het is wel opgevallen dat de wespen dit jaar behoorlijk hardnekkig zijn en zich niet makkelijk laten opruimen. Iedere keer opnieuw proberen ze hun nest, bij bestrijding, weer in bezit te nemen. Dat is ook hun goed recht.
De honingbijen doen het overigens ook uitstekend, wat zich laat zien bij een bijenvolk dat zich genesteld heeft in de kerk van Brouwhuis. Continue reading »

 Posted by at 7:54 pm
May 022007
 

Zondag 22 april hing er in Brouwhuis een bijenzwerm achter een huis in de brandgang. De bewoonster is mij komen waarschuwen en de zwerm is door mij opgehaald.
De bewoonster was zeer behulpzaam en de zwerm in een korf vangen ging dan ook volgens het boekje.Een paar dagen later bij een toevallige ontmoeting met de bewoonster ontspon zich het volgende gesprek:
Bij melding aan de politie, door de buren van de genoemde bewoonster, aangaande de bijenzwerm zou ter sprake gekomen zijn dat bij het ophalen van een zwerm door een imker kosten met zich mee zou brengen.  Met andere woorden de imker die de zwerm komt ophalen moet betaald worden. Ik wil hier benadrukken dat dit niet het geval is.  Mijn stelregel is, en u heeft dat beslist wel eens gelezen in mijn artikelen, “Brouwhuisseheide als uw achtertuin” dat de imker verantwoordelijk is wat honingbijen betreft, en dus de zwermen kosteloos ophaalt.   Natuurlijk is het wel zo dat als bijenzwermen op een plaats zitten waar hij niet bij kan of in schoorstenen e.d. dit de imker niet aangerekend kan worden dat hij of zij ze rustig laat zitten. De bewoner van dat pand zal dan indien zij dat wensen een verdelgingsbedrijf moeten inschakelen. (Dit heeft nooit mijn voorkeur). Indien dus een imker geld vraagt voor het ophalen van een zwerm, kunt u overwegen om een andere imker in te schakelen.
Het wordt een ander verhaal als het gaat over wespen en hommels verwijderen. Met deze beesten is niet te imkeren.
U weet het vast nog wel:
Bij overlast van Bijen,Wespen en Hommels de imker waarschuwen.
Imker J.Beekman,
Eemstraat 49.
5704 MK Brouwhuis.
Tel.no. 0492.514106.
mailadres: J.beekman10@chello.nl

 Posted by at 10:37 pm
Dec 162006
 

De Kerstdagen naderen, het jaar 2006 loopt dan ook ten einde. Evenals het einde van deze maandelijkse rubriek. Ik heb besloten om er na 155 afleveringen “Brouwhuisseheide als uw achtertuin” mee te stoppen. Het is wel geweest.
Ik heb u sinds november 1993 maandelijks op de hoogte gehouden wat ik alzo in de natuur tegen kwam. Dat variërende van vogels, en insecten tot bomen en zoogdieren. Ook heb ik zo nu en dan kritische geluiden laten horen over vernielzucht, storten van huisvuil en dergelijke. Het wijkpark is aan de orde gekomen, u herinnert zich nog wel de problemen met het Vloosven, enz. Continue reading »

Nov 162006
 

Het nut van insecten en vooral van de honingbij wordt meestal bekeken vanuit de honingopbrengst die zowel door de imker als door de bevolking als direct nuttig wordt ervaren.
Veel klanten van inheemse honing schrikken van de hoge prijs die voor deze honing betaald moet worden. Uiteraard ligt deze hoger dan de prijs van honing bij de
grootgrutters; dit is meestal uitheemse honing die in grote massa wordt gewonnen door zogenaamde imkers met een zeer laag uurloon zodat de aankoopprijs van deze honing ook zeer laag is. Daar kunnen de Nederlandse imkers natuurlijk niet tegenop. Continue reading »

Oct 302006
 

Het is alweer herfst, de zomer met al haar nukken is weer achter de rug. Een zomer met extreme hitte en uitzonderlijk veel regen. Of de hitte die ook nog lang aanhield met het volgende onderwerp te maken heeft is wellicht mogelijk.
Een buurvrouw, haar man heeft een volkstuin, vertelde mij dat ze op de volkstuin een rups gevonden hadden die wel 8  tot 10 centimeter
lang was, en voorzien was van een paar horentjes. Jammer dat ik deze rups zelf niet gezien heb, maar ik kon mij aan de hand van haar verhaal wel een voorstelling maken van welke vlinder dit een rups was. Ik heb haar verteld dat het de rups was van de Koninginnepage (Papillio machaon). Deze komt in heel Europa voor, in midden Europa meestal in twee generaties, de eerste al in april en mei en de tweede in juli en augustus, in het zuiden tot in oktober. De vlinder van deze rups heeft een spanwijdte van wel 80 millimeter, en kan goed vliegen. De pas uitgekomen rups is zwartachtig, later lichtgroen met zwarte dwarsstrepen en lichtrode vlek-ken. Als de rups zich gaat verpoppen, bevestigt die zich aan een stengel met de kop naar boven. Sommige poppen overwinteren twee keer. Deze vlindersoort is beschermd!!! De mensen hebben de gevonden rups netjes in de struiken teruggezet. Het is bekent dat deze vlinder ook in ons land gevonden wordt. Het kan dus best zijn dat, gelet op de warmte van het begin van de zomer deze vlinder haar leefomgeving naar ons heeft uitgebreid. Continue reading »

Sep 202006
 

Enkele weken geleden heb ik naar een TV programma gekeken, dat uitgezonden werd op Duitsland 3.
Het ging over de natuur in het zuiden van Duitsland, een gebied waar weinig of geen toeristen komen.
Een groep kinderen van ongeveer vijf jaar waren met een voorlichter van, wat wij Staatsbosbeheer noemen, onderweg in de bossen en bekeken daar wat er groeit en bloeit. Ze hadden zelfs vergrootglazen bij zich om het kleine spul zoals mossen en kevers op en onder de schors van bomen goed te kunnen bekijken. Namen van bomen en struiken werden door haar (de voorlichter was een dame) aan de kinderen verteld.

Continue reading »

Aug 232006
 

In het artikel van juni waren we gebleven dat het honingjagen veranderd was in het produceren van honing en was.
In principe verzamelt men bijen in het voorjaar en maakt men de bijenvolken af in het najaar om de honing en was te kunnen oogsten. Dat lijkt zinloos, maar in die tijd waren er genoeg bijen, en men hoefde de bijenvolken niet in te winteren. Vanaf het midden van de 18e eeuw worden er pogingen ondernomen om de raten te sparen en opnieuw te gebruiken. Continue reading »

Jun 132006
 

 

Naamloos-1kopie2.jpg

Brouwhuisseheide als uw achtertuin. Voor dat we aan het onderwerp beginnen het volgende:

Biologische honing.
Een paar weken geleden stond er in de folder van een grootgrutter dat hij biologische honing aanbood voor de prijs van iets beneden de drie euro. Als imker, en honingkeurmeester van de imkerij , vroeg ik mij af hoe hij dit product voor die prijs kan verkopen. Of is het zo als dit voorbeeld:  leeuwerikenpastei bestaat uit een mengsel van één leeuwerik en één paard.

Biologische honing.
Uit betrouwbare bron weet ik dat  het maar op een paar plaatsen in de wereld gewonnen kan worden. De bijenstand van de imker moet staan in een gebied waar de laatste vijf jaar geen gewasbeschermingsmiddelen in welke vorm dan ook gebruikt zijn en dat tenminste een oppervlak heeft van 75 vierkante kilometer. Continue reading »

May 162006
 

U weet dat zo nu en dan ik wat schrijf over de mythologie van de Honingbij en de legendes die daar omheen hangen. Nu gaan we eens kijken hoe de Egyptenaren met de bij omgingen.
Over bijen en bijenhouden werd in Egypte vanaf het 3e millennium voor Christus geschreven, maar de praktijk ervan gaat waarschijn-lijk terug tot in de neolithische tijd. In de Papyrusrollen, een in Tanis gevonden verzameling hiërogliefen met commentaar in het hiëratisch, is de bij het eerste afgebeelde teken.  Continue reading »

Apr 192006
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.

Een aantal jaren geleden, tijdens beheerswerkzaamheden op de heide, vertelde een opzichter van SBB (Staatsbosbeheer) dat het voor een

Mar 062006
 

Naamloos-1kopie7.jpg

 

  

Brouwhuisseheide als uw achtertuin. 
Lente
Alhoewel  honingbijen nooit echt slapen, zijn ze toch een bepaalde periode in het jaar niet te zien.  
Ze vliegen namelijk alleen uit (ze zijn  dus enkel druk bezig) als de buitentemperatuur minstens 10 graden Celsius bedraagt (dus zelden in de winter) en als er voldoende zonlicht is. Dus ook niet in de donkere nachtelijke uren.
De bijen oriënteren zich bij het uitvliegen op de stand van de zon; ook als het bewolkt is. Zij kunnen nl. de ultraviolette stralen van de zon door de wolken waarnemen. Dat doen ze zeker als de lente aanbreekt. Maar bij het ingaan van de lente komt ook voor diverse mensen de angst voor hooikoorts, veroorzaakt door stuifmeel of pol-len die in grote hoeveelheden in de lucht voorkomen.

Naar aanleiding van een vraag over pollen en allergie het volgende: Honingbijen maken honing van nectar uit bloemen. Vóórdat de bloem geopend is, liggen de
meeldraden opgevouwen in de nectar. Hierdoor komt er een kleine hoeveelheid stuifmeel (pollen) in de nectar. Deze zijn terug te vinden in de honing. Bijen verzamelen ook stuifmeel van de meeldraden. Dit kleeft aan de haren en wordt er vanaf gekamd en in de vorm van stuifmeelklompjes aan de pootjes naar de bijenwoning gebracht. U heeft dat vast wel eens gezien bij de bijen en hommels. Het stuifmeel wordt in de bijenwoning overge-dragen aan de thuisbijen en deze slaan het stuifmeel op in de cellen. Het wordt met de kop aangedrukt. De imker noemt dit het bijenbrood. Ook dit stuifmeel kan in de honing terechtkomen bij het lopen van de bijen over de raten of bij het slin-geren van de honing.

Bijen kunnen tijdens hun vlucht ook stuifmeel en andere kleine deeltjes uit de lucht opvangen. Ook deze kunnen in de honing terechtkomen. Het stuifmeel van zogenaamde windbloeiers zoals wilgen, zwarte els, berken en dennen plakt maar al te graag in de nectar van een geopende bloem, en wordt dus door de bijen  mee naar de bijenwoning genomen. Om stuifmeel in de honing te identificeren, moet men van de honing eerst een preparaat maken. Het preparaat kan dan bij een ver-groting van 400x onder de microscoop bekeken worden en de pollen kunnen geïdentificeerd worden naar  plantensoort. Dit wordt door mij ook gedaan.
De imker kan dan zeggen, als het percentage pollen voldoende is, of het linde-, heide- of balsemien honing is.

Of iemand hooikoorts of prikkelende ogen krijgt  van honing is dus moeilijk te zeggen. Alleen een gedegen onderzoek, zoals in het Elkerliek ziekenhuis gebeurt, kan uitsluitsel geven. Al met al geen gemakkelijke materie.

Weet u het nog: Bij overlast van bijen, wespen en hommels, de imker waarschuwen.

Door Imker : J.Beekman Tel . 514106 E.mail: j.beekman10@chello.nl

Feb 082006
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.
De wind is oost
De wind is oost, daar dacht ik aan toen ik langs een afgemaaid, maar nog niet geploegd maïsveld aan het einde van de Vlierdense Bosdijk, aan het wandelen was.
Waarom deze gedachte?
Ik zal het u vertellen.
Het was één van die sombere koude dagen, eind december, het regende nog net niet, en er blies een koude oostenwind. Het zou vroeg donker zijn.
De titel van dit schrijven komt uit het boek DE WINDROOS, uitgegeven in het jaar onzes Heren 1940 door uitgeverij het Spectrum te Utrecht. Het was een jaarboek voor de katholieke jeugd. Met veel verhalen en tekeningen over heilig verklaarde personen. Op de windroos voeren onze voorvaderen uit, op houten zeilschepen, om de wereld te gaan verkennen en han-del te drijven. Bij iedere windrichting, oost, zuid, noord en west, zijn verhalen over deze gewesten in het boek opgenomen.
De zeevarenden gingen op pad met gebrekkige navigatiemiddelen. Ik dacht aan het bovenstaande toen er een grote vlucht zacht gakkende ganzen overtrok. Het waren, grof geteld, een honderdvijftig stuks. Deze vogels kwamen uit het noorden en vlogen richting het zuiden. Zonder windroos, of sextant vliegen ze naar het zuiden, naar hun overwinteringgebieden.
Zo nu en dan wisselend van kop, maar ze bleven in een v-vorm bij elkaar. Kennelijk zijn ze allemaal geprogrammeerd, en dat zonder computer. De natuur zit knap in elkaar. Ik was eigenlijk op zoek naar goudhaantjes en staartmezen, die ieder jaar hier ook door trekken op weg naar warme streken. Het is een lust om deze beestjes voedsel te zien zoeken in dennen en sparren. Beweeglijk, en niet schuw.
Een tegemoetkomend stel, man en vrouw, ook natuurminnend, had de vogeltjes al wel gezien. Het is mij tot nu toe niet gelukt. Maar gelet op de vlucht ganzen was mijn dag toch goed, ondanks de koude en de wind. We gaan geleidelijk naar het voorjaar toe en dan weet u het wel:
Bij overlast van bijen, wespen en hommels de imker waarschuwen.
Wordt vervolgd
Door Imker: J. Beekman
Tel . 514106 E.mail: j.beekman10@chello.

Jan 112006
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.
Vrede, welvaart en weerbaarheid
Natuurlijk sluit ik mij aan bij al diegenen die u en uw gezin een goed 2006 toe wensen. Gelet op de net achter ons liggende kerstdagen wil ik u een stukje bijensymboliek niet onthouden.

Vrede
Wanneer er eenstemmigheid heerst onder een bijenvolk, dit is wanneer er slechts één bijenkoningin voor komt in een bijenvolk, zal hun arbeidzaamheid het grootst zijn en is de kans op een belangrijke honingoogst aanwezig. Wanneer er echter meerdere koninginnen in de bijenwoning aanwezig zijn, ontstaat er verdeeldheid. Een deel der bijen gaat uitzwermen, lusteloosheid bij de potentiële zwermbijen viert hoogtij en dus is de kans op een goede honingoogst erg klein. Zo was de bij (in de Faraotijd) bij de Egyptenaren niet alleen het symbool voor de Koninklijke waardigheid, maar ook het symbool van eendracht, vrede en welvaart. Men ging er vanuit, dat eendracht leidde tot vrede en dat deze vrede, via arbeidzaamheid van het volk, de mogelijkheid bood om rijkdom te vergaren. Vanaf de renaissance werd de bijenkorf ten tonele gevoerd als symbool van de vrede.

Welvaart.
We moeten echter ook vermelden dat de antieke mens geloofde dat de zoete honing, gewonnen van de bijen, een Godenspijs was en dat die honing het enige was wat hun restte van de overvloed en welvaart “het gouden tijdperk

Nov 212005
 

 

Naamloos-1kopie8.jpg

 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin
Onrust of Meekrapvlinder
In deze donkere dagen is de mens meestal onrustig, en dat gaat weer over zo rond de kerstdagen, we zien dan het licht, in twee betekenissen. Ten eerste de kerstdagen zelf, ten tweede we gaan weer naar een nieuw jaar.

Onrust
Op een van de laatste mooie dagen van september werd mijn aandacht getrokken naar een insect dat onrustig, dan weer vooruit, achteruit danweer vliegend met haar snuit naar voren een wilde bloem bezoeken. Maar wel met een grote snelheid. Het leek wel een kolibrie.

De plant waar dit insect op vloog is een hybride: blauwe bloemen, maar wel een lipbloemige. Bij nader beschouwing was het een Meekrapvlinder, ook wel onrust genoemd (Macroglossum stella-tarum L). Ze zuigt ook aan Verbena

Oct 222005
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.
BBQ
De zomer is weer voorbij, we naderen de herfstvakantie en het gure najaar. Een tijd waarin het buiten slecht BBQ-en is. Waarom deze aanhef van dit artikel? Ik zal het u vertellen:
Zwerm bijen.
Net terug van een héél lang weekend … telefoon, een vrouwenstem zegt: mijnheer van de Kruif uit Eindhoven heeft ons naar u doorverwezen. (van de Kruif is een goed collega-imker). Er hangt een bijenzwerm bij ons aan de schutting, en wilt u die weghalen. De zwerm hing eerst ergens anders en men heeft er toen de BBQ ondergezet, het gevolg was dat de zwerm in paniek uitelkaar gevlogen is, en nu in kleine trossen bijen overal hangt. Ik kon me hier wel een voorstelling van maken, en omdat mijn collega een beroep op mij liet doen, heb ik toegezegd dat ik de volgende morgen langs zou komen. Het was nog erger dan ik verwacht had. Overal dode bijen, op de schuttingen zaten trosjes verkleumde bijen.
Achter de schutting trof ik tot mijn verbazing een zogenaamd 6 raams bijenkastje aan. Kennelijk van een imker. Het werd, alles bij elkaar opgeteld, een puzzel. Wie heeft nou wie gebeld en wie heeft de bijen uitelkaar gerookt met de BBQ.
Na wat telefoontjes kwam ik er achter. De mensen met de BBQ wisten dat je bijen met rook kunt behandelen. Hier is maar één antwoord mogelijk; blijf op deze manier van een bijenzwerm af, en laat het beroken aan de imker
(vakman) over. En dan gaat het nog wel eens mis, gelet op het krantenbericht, dat een imker in Breda met zijn bijen bezig was, en dat deze bijen in de aanval gingen, diverse personen in de omgeving waren gestoken, waaronder kinderen. Oorzaak (die neem ik voor mijn rekening) dicht bij de bijenkasten met een benzine- voertuig aan het crossen, voeg daarbij het zwoele weer en een imker die cursisten het een en ander wou laten zien in een bijenvolk zie daar alle ingrediënten aanwezig om bijen op stang te jagen. Ook hier kan gezegd worden; stunt niet met levende wezens in het algemeen en laat de bijen aan de imker over. En als er in een buurt/straat een zwerm hangt, coördineer dan het tele-foontje naar de imker.

Twee Kapiteins enz.
Natuurlijk heb ik diegene geholpen die mij gebeld heeft, met een bezem en wat vergif was daar het probleem opgelost. Een oplossing die mij als imker tegen de borst stuitte, het had zo anders gekund. Deze zwerm kon nergens meer voor gebruikt worden en was ten dode opgeschreven. Overigens is het niet normaal dat bijen eind augustus gaan zwermen. Dat behoren ze te doen in de maanden mei/juni.  Vermoedelijk een zogenaamde hongerzwerm. Daar over een volgende keer meer. 
Ik eindig meestal met: Bij overlast van bijen, wespen en hommels de Imker waarschuwen.

Sep 222005
 

Wespen
In het juli/augustus nummer heb ik u beloofd om de verschillen van de bovengenoemde insecten te vertellen.

De hoornaar
De hoornaar (Vespa crabo) is onze grootste wespensoort. Van ouds-her met een slechte faam. Drie steken van een hoornaar zouden dodelijk zijn voor een mens en 7 steken voor een paard. Dit is werkelijk grote onzin. De steken van een hoornaar zijn weliswaar zeer pijnlijk, maar het gif is niet gevaarlijker dan van een gewone wesp  (Vespula vulgaris). In verge-lijking met de gewone wesp zijn hoornaars vredelievend. Ze steken alleen maar als men ze in het nauw brengt. De nesten lijken op die van de gewone wesp, echter 4 tot 5 x zo groot. Het nestmateriaal is afkomstig van het hout van schuttingen en dergelijke. Alleen de koningin overwintert en begint in het voorjaar met de nestbouw, en dat wordt geleidelijk over-genomen door de werksters. Een hoornaars volk kan zich uitbreiden tot ruim 4000 individuen. Deze dieren leven van luizen, rupsen en andere insecten en ze versmaden zeker een honingbij niet.
Dit laatste vindt de imker niet zo leuk, maar als ze niet meer doen dan zo nu en dan een bij vangen, dan mogen ze dat van mij. Wellicht helpen we ze op deze manier te overleven. In de herfst sterft het hele volk uit behalve de bevruchte vrouwtjes, die gaan overwinteren. Dat men de hoornaar voor een horzel houdt komt waarschijnlijk door dat onze Oosterburen dit dier een Hornisse noemen. Met wat fantasie is hier Horzel van te maken. Overigens mag je in Duitsland de hoornaar niet verdelgen, deze is bij de wet beschermd.
In Nederland is dat nog niet aan de orde.

De horzel
Een onooglijk dier, zowel de paar-deluisvlieg (Hippobosca equina) als de schapenhorzel (Oestrus ovis) zijn allebei geen lieverdjes. De paardeluisvlieg pest meestal runderen en paarden, ze voeden zich met het bloed van hun gastheer, en zetten zich vast op plaat-sen waar het getroffen dier net niet bij kan. De vrouwtjes van de schapenhorzel zetten de reeds uitgekomen larven af bij de neusgaten van schapen. Van daaruit dringen de larven de neusholte binnen en later de voorhoofdsholte. Het slijmvlies wordt geïrriteerd en tot sterke slijmproductie aangezet. De larven leven van het slijm. U snapt wel dat de schapen er goed ziek van worden. Dit soort insecten hebben beslist mijn aandacht niet, maar ze horen kennelijk bij, ook in onze natuur thuis.
Het geldt nog steeds: overlast van wespen, bijen of hommels de imker waarschuwen.
                        Wordt vervolgd.

Jul 232005
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin
Gras
Dat er in dit tijdperk van digitaal, computers en nog meer van dat enge gedoe in de natuur iets opgelost kan worden met een beetje gras is op z’n minst opmerkelijk.

Bijenzwerm.
Bij de imkers is bekend dat de honingbijen in de maanden mei en juni gaan zwermen, als de imker niet ingrijpt. Ik werd medio mei geroepen bij een adres in de Sneeuwheide (Brouwhuis), er zou daar een flinke bijenzwerm in de tuin hangen. Inderdaad in de heg hing er een uit de kluiten gewassen zwerm. Het leek een fluitje van een cent. Korf er onder, schudden aan de heg en de zwerm bijen vielen in de korf.  In de korf gekeken, en daar liep hare majesteit de Bijenkoningin. De korf omgedraaid, blokje er onder voor de bijen die nog naar binnen moesten, en verder afwachten. Kat in het bakkie, dacht de imker. Tijdens het uitleggen aan de vrouw des huizes hoe het e.e.a. bij het zwermen van honingbijen verloopt, vlogen er een aantal bijen de straat over en gingen in een klein boompje  hangen. Ik keek wat bedenkelijk, deze handelwijze gaat meestal vooraf aan het totale vertrek van de bijen uit de noodbehuizing. En jawel hoor heel de meute vertrok naar het boompje die de speurbijen hadden aangegeven. Al het werk voor niets?

Het gras.
Aan de mevrouw gevraagd of ik wat gras van het gazon mocht hebben. Dat was natuurlijk goed. Een handvol gras geplukt, de korf aan de binnenzijde behandeld. Gewoon wat langs de wanden gestreken. De korf onder het boompje opgesteld en met behulp van een geleende keukentrap de zwerm weer in de korf geklopt. Op de grond gezet en omgedraaid en zie: de bijen begonnen “en masse” de korf in te lopen. De bijen gaan dan stertselen, ze staan dan met hun achterlijf van de korf af en waaieren de

Jun 262005
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.
Hommels
Zo als u wel weet, is mijn hobby insecten, met als voorkeur honingbijen. Ook hommels en wespen hebben mijn aandacht.
Kolibrie.
Wat heeft een kolibrie nou met onze hommels te maken? Wellicht heel veel. Een broer van mij is in het begin van het jaar op vakantie geweest in Brazilië. Een groot land met veel tegenstrijdigheden. Maar ook een land waar diverse kolibries voorkomen. Variërende in grootte van een hommel tot een mus. De wat rijke bewoners, die een grote tuin hebben met bloemen, voeren de kolibries in hun tuin. Dat doen ze met een apparaat wat veel lijkt op een voercontainer in een vogelkooi. Het apparaat is voorzien van kunststof bloemen in, wat je zou noemen, schreeuwende kleuren. Deze bloemen komen eruit, met een kanaaltje in de voorraadhouder. Men vult deze voorraadhouder met een mengsel van honing en suiker- water, en hangt het dan in een boom in de tuin . De kolibries, met hun lange tong, hangen voor de bloem en zuigen de vloeistof op. Nu  heeft  mijn broer uit Brazilië zo’n voer toestelletje meegebracht, en gelet op mijn belangstelling voor insecten, dit aan mij gegeven.

Hommels.
Het zal u opgevallen zijn dat er in het voorjaar veel hommels in tuinen aanwezig waren. De Ko-ninginnen van de hommels waren al vroeg een nestplaats aan het zoeken. U snapt het natuurlijk al: Ik kon het niet laten om het voertoestel te vullen met een suiker oplossing van 1 op 1. Opgehangen in onze tuin, en jawel hoor de eerste hommels kwamen zich wat onwennig melden. Het waren hoofdzakelijk de koninginnen van de aardhommel (Bombus terrestis en de steenhommel (Bombus lapi-darius). Een enkele wespen koningin kwam ook even wat suikerwater snoepen. Na een paar dagen was het druk van de hommels die met hun lange tong via de bloem de vloeistof kwamen opzuigen. Toen was het even wat rustiger, waarna kleine hommels hun opwachting kwamen maken. Deze kleine hommels zijn nazaten van de eerder genoemde hommelsoorten . De eerste jonge hommels die uit het ei komen zijn namelijk kleiner dan de zussen die later uit-lopen. De eerste hebben namelijk een kortere weg doorlopen van ei tot volwaardig insect . Na een bepaalde tijd hebben de volgende generaties de normale grootte. Hier komen we nog een keer op terug.

Honingbijen
Opmerkelijk was dat de honingbijen, nadat ze even gesnuffeld hadden, het verder voor gezien hielden. Vermoedelijk was er een beter aanbod van nectar dan mijn suikerwater. Wel zijn er tussen de hommels regelmatig wat solitaire bijen te bespeuren. Ze zijn van het soort behangersbijen (geslacht Megachille) dit is een angelloze bij, dus steekt niet.

Nog steeds is het van kracht: Bij overlast van bijen, hommels en wespen de imker waarschuwen. Ik wens u een fijne vakantie.
Wordt vervolgd.     
Imker J.Beekman,
Tel.no. 0492.514106
Mail  j.beekman10@chello.nl

May 072005
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin
Wreed (deel 2)
In mijn artikel van april 2005 heb ik u het verhaal verteld van de vos en de haan en dat ook in de natuur om ons heen geldt: eten of gegeten worden. Hier komt een vervolg.

Sijsje (Spinus spinus)
Dit vogeltje vloog in het najaar van 2003 bij ons buiten tegen het raam en bleef voor dood liggen. Nadat ik hem, want het was een man-netje, even in mijn hand gehouden had, ging een oog open. Hij deed het meteen weer dicht, dacht ken-nelijk:

Apr 182005
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.
Wreed!
Soms word je geconfronteerd met voorvallen in de natuur die je er aan herinneren dat het in de natuur om ons heen ook is: eten of gegeten worden.

De haan.
Op een winderige en behoorlijk koude dag, het was om precies te zijn 28 februari, was ik aan het wandelen in op de Brouwhuisse heide. Tot mijn verbazing zag ik in het bos een haan met een hen lopen. Op hun gemak, zachtjes tokkelend, liepen ze voor mij uit. Dicht te naderen waren ze niet. Hij, de haan, was een flink dier, plusminus 50 centimeter hoog, en van kleur wit met zwart. Zij, het hennetje was kleiner en had een wat bronsachtig verenkleed.
Hoe kwamen deze beesten nu in het bos? Uit een wagen gezet, weggelopen, ik had geen idee. In de buurt zijn wel woonhuizen, maar het is onwaarschijnlijk dat deze
dieren hun hok in de steek laten. Maar ze voelden zich kennelijk thuis in het bos, ze scharrelden wat in de naalden en woelden de grond om op zoek naar larven en insecten. De haan was erg bezorgd om zijn hen, hij liet haar niet in de steek. Zo hoort het ook.

De vos?
U voelt het natuurlijk al aankomen. Een paar dagen later, het had gesneeuwd en het was bitter koud, ging ik dezelfde weg om eens te kijken hoe het met het stel ging.
Eerst kon ik ze niet vinden, maar op een open plek in het bos waar geen sneeuw lag, trof ik de haan aan. Althans de resten er van. Er lag nog een kam, darmen en veren van de haan. Een roofvogel die de haan te pakken heeft genomen? Hoogst onwaarschijnlijk gelet op de grootte van de haan. Nu was het mij bekend dat er in de Brouw-huisse heide ook vossen voor kwamen en zo te zien, aan de sporen in de sneeuw was dit het werk van een vos geweest. De eventuele resten van het hennetje heb ik niet gevonden. Wellicht was ze al eerder een prooi geworden van een roofdier.

Wreed?
Och, het is maar hoe je naar dit drama kijkt. De haan en de hen hadden het nog wel gered als er geen vossen waren. De vos heeft vermoedelijk de winter overleefd dank zij dit koppel. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Hoe de bijen uit de winter zullen komen, is afwachten. Het is nog te vroeg, begin maart, om hier een oordeel over te geven.

Ook nu weer: bij overlast van bijen, wespen en hommels de imker waarschuwen!
Imker  J.Beekman
Tel. 514106
E.mail: j.beekman10@chello.nl

Mar 252005
 

Brouwhuisseheide als uw achtertuin.
Zoals u wellicht weet zijn twee kapiteins op een schip een ramp voor de bemanning en het vaartuig. Na opmerkingen van niet-imkers, dat er altijd maar één koningin in een bijenvolk aanwezig is, het volgende: Toen ik nog aan het begin van mijn bijenhobby stond kreeg ik, via een vereniging van imkers, een mentor toegewezen. Deze begeleidde mij bij de eerste wankele schreden in het imkersvak. Toen overkwam mij het volgende.

Eén koningin?
Ook ik had in de imkerliteratuur gelezen dat er maar één koningin of moer (de imkerterm voor koningin) in een bijenvolk aanwezig kan zijn. Mijn bijen stonden toen achter een boerderij in Zandoerle. Toen ik de aanwezige volken inspecteerde, viel het mij op dat er van de 20 volken  twee waren die niet of nauwelijks vlogen, terwijl de rest van de volken volop in beweging was. Bij nadere controle van de twee volken bleek dat er geen broed meer was. Wel trof ik een jonge moer aan.
De mentor  zei tegen mij:

Feb 012005
 

Brouwhuisse heide als uw achtertuin.
Zesde zintuig
Hebben dieren een zesde zintuig? Deze vraag werd gesteld naar aanleiding van het feit dat bij de ramp in Azië geen dieren waren omgekomen. We hebben het wel over dieren die hier niet voorkomen, zoals: Olifanten, buffels, luipaarden, herten, apen en krokodillen. Herten komen hier natuurlijk ook voor.

Men heeft na de vloedgolf geen dode dieren gevonden. Dit is opmerkelijk, waren of zijn ze gevlucht toen de vloedgolf er aan kwam naar hoger gelegen gedeel-ten in het wildpark. Hebben zij de zeebeving gevoeld en wisten ze instinctmatig dat er dan een vloedgolf zou komen?  Wetenschappers geloven dat niet, maar daar zijn het wetenschappers voor. Een aanname dat het zo is kan alleen maar fout zijn. Daar hebben de wetenschappers gelijk in. Maar wat weten wij eigenlijk van dieren? Waarom zouden zij niet de trilling kunnen voelen, wij registreren toch ook de trilling met seismografen. En na deze registratie komt de vloedgolf. De hogere dieren in de Aziatische landen kunnen hier kennelijk iets mee. Maar hebben de dieren ( insecten en dergelijke) ook zo gereageerd? Wellicht horen of lezen we hier nog het een en ander over. Onze weerprofeet, de heer Johan van Schuren berichtte in zijn weerpraatje dat hij geconstateerd had dat er een  dag voor de vloedgolf geen vogels meer in zijn tuin te zien waren. Een zelfde waarneming heb ik ook gedaan, en er over gesproken voordat de vloedgolf via de media bekend werd. Toeval? Ligt het aan het winderige weer, we weten het niet. Nog een voorbeeld uit de natuur, dat niets met de vloedgolf te maken heeft. Op een winderige dag, het was nog koud medio december, liep ik aan het einde van de Vlierdense Bosdijk langs een veld toen er twee ganzen uit de lucht kwamen vallen en neerstreken op het veld. Ieder aan een kant van het riviertje de Weyer. Ze gakten zachtjes tegen elkaar. Een stap van mij in hun richting werd beantwoord met een paar stappen van de ganzen, van mij af. Ze wisten zeker dat ik er was, en vonden het, aan hun gegak te horen, maar niks dat ik er ook was. Plotseling kwamen er nog een stuk of vijftien ganzen uit de lucht, met veel kabaal. Ze raakten de grond niet en verdwenen richting ondergaande zon. De beide gelande soortgenoten gingen mee. Waren deze twee vooruit gestuurd om een geschikte overnachtingsplaats te zoeken ? Een plaats waar ze veilig konden  foerageren?
En liep ik in de weg? We zullen het nooit weten. Nog een voorbeeld: Honingbijen, die in het zomerseizoen maar zes weken oud worden, voelen een onweer aankomen. Ze zijn